Historie

De familie De Cock is afkomstig uit Noord Groningen, uit de Westpolder.
Jan Kornelis de Cock Sr. werd op 23 oktober 1867 in het dorp Vierhuizen (gemeente De Marne) geboren, op de boerderij Nieuw Warkemaheerd, als één van de kinderen van Jan Klaassen de Cock en diens echtgenote Frouke Boon. In 1875 verhuisde de familie naar Hoogezand, waar de vader scheepsbouwer werd.

Jan Kornelis de Cock Sr. bezocht de H.B.S. in Sappemeer en vervolgens het gymnasium te Groningen. In 1886 schreef hij zich in als student Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In de zomer van 1892 ging Jan Kornelis de Cock Sr. terug naar zijn ouders in Hoogezand. Zijn doctoraaldiploma (cum laude) Nederlandse Letterkunde dateert van 11 juli 1895. Eén van de verplichte afstudeervakken was o.a. Sanskriet. Eind 1896 vertrok hij naar Maastricht, waar hij leraar werd aan het gymnasium. Intussen werkte hij aan zijn proefschrift; hij promoveerde in Amsterdam bij professor Uhlenbeck op 9 december 1899 cum laude op een dissertatie met de titel ‘Eene oudindische stad volgens het epos’. Met het woord ‘epos’ worden bedoeld oude Sanskriet geschriften uit India, zoals de Mahabharata en de Ramayana. Op 8 augustus 1900 trad Jan Kornelis de Cock, 32 jaar oud, in het huwelijk met de 31-jarige Hoogezandster Hermine Boon. In Maastricht, waar hij tot 1914 als leraar aan het gymnasium verbonden bleef, kreeg het echtpaar De Cock-Boon op 1 december 1905 een zoon, die zij Jan Kornelis (jr.) noemden. De Cock Sr. nam verlof om van oktober 1909 tot april 1910 een grote reis naar India en Ceylon te maken, o.a. geïnspireerd door zijn dissertatie. Tijdens deze reis heeft hij 650 foto’s gemaakt en een dagboek bijgehouden. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd De Cock Sr. ernstig ziek. In Maastricht, en later in Scheveningen en Leysin, werd hij behandeld wegens tuberculose. In 1924 vestigden Jan Kornelis de Cock Sr. en Hermine Boon zich voor de rest van hun leven in Davos.

Hun zoon zat op het lyceum in Den Haag en voegde zich in juli 1924 bij hen in Davos, waar hij het gymnasium voltooide op 18 mei 1926. Daarna, in 1926, schreef de zoon zich in als student aan de Rijksuniversiteit Groningen. In eerste instantie studeerde hij Geologie. Kennelijk trok hem de geneeskunde meer dan de geologie, want hij begon in 1930 aan zijn studie geneeskunde. Hij studeerde snel, want in juni 1931 behaalde hij het kandidaatsexamen en twee jaar daarna het doctoraal; het eerste deel van zijn artsexamen legde hij op 8 november 1934 af. Daarvan heeft hij weinig plezier meer gehad want op 12 juli 1935 overleed hij. Volgens studiegenoten is hij gestorven aan ernstig voortgeschreden tuberculose.

In het jaar na het overlijden van hun zoon kwamen zijn ouders met het idee om een stichting in het leven te roepen die de naam van hun zoon zou dragen. Op 2 februari 1937 werd de Jan Kornelis de Cock Stichting formeel opgericht. Na het overlijden van Jan Kornelis de Cock Sr. en Hermine Boon zou deze stichting, met de middelen uit hun nalatenschap, het onderzoek in de geneeskunde moeten bevorderen. Op 6 april 1941 overleed Jan Kornelis de Cock Sr. en op 17 januari 1953 overleed Hermine Boon. Zij lieten de Jan Kornelis de Cock Stichting een aanzienlijk vermogen in effecten en onroerend goed na.

Familie Hadders - Meijer
Prof. dr. Hadders werd in 1915 geboren te Emmen, waar hij ook zijn kindertijd doorbracht. Na verhuizing naar Den Haag doorliep hij daar het gymnasium Daarna studeerde hij geneeskunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen, waar hij in 1941 het artsexamen aflegde. Aansluitend aan zijn afstuderen nam hij enige tijd waar in een huisartsenpraktijk en was hij van 1942-1944 achtereenvolgens assistent pathologische anatomie in het St. Elizabeth- Ziekenhuis te Tilburg en het Binnengasthuis in Amsterdam. Hij voltooide zijn opleiding aan de Rijksuniversiteit Groningen, werd daar benoemd als staflid en promoveerde in 1948 op het proefschrift: "Eosinofiel granuloom van het skelet".
Hij werd in 1957 benoemd tot gewoon hoogleraar in de speciële pathologie en gerechtelijke geneeskunde.
In 1973 volgde een benoeming tot persoonlijk hoogleraar orale pathologie aan de subfaculteit Tandheelkunde. Hij had grote belangstelling voor de pathologie van het skelet en van de mondholte. Hij was dan ook sinds de oprichting in 1953 lid van de Nederlandse Commissie voor Beentumoren en eveneens sinds de oprichting (1971) van de Commissie voor Kaaktumoren.
Hij was een van de auteurs van het tweedelige standaardwerk "Radiological Atlas of Bone tumors" dat verscheen in 1968. Prof. dr. Hadders was ook actief op het bestuurlijke vlak: van 1967 -1974 was hij afdelingshoofd en secretaris van het faculteitsbestuur en van 1966 -1970 decaan van de Faculteit der Geneeskunde. Voorts was hij bestuurslid van het Groninger Universiteitsfonds en van de J.K. de Cock-stichting.
Na zijn emeritaat in 1980 bleef hij nog geruime tijd werkzaam in de orale pathologie, mede omdat een opvolger voor hem moeilijk te vinden was. Het overlijden van zijn vrouw kort na zijn emeritaat overschaduwde deze periode en maakte het hem moeilijk van zijn welverdiende pensioen ten volle te genieten.
Aangezien het echtpaar Hadders-Meijer kinderloos was, besloot Prof. dr. Hadders in deze periode een deel van zijn vermogen ter beschikking te stellen aan de door hem op 22 maart 1996 opgerichte Stichting H.N. Hadders - G.J. Meijer Fonds, met als doel het onderwijs en het onderzoek in de Pathologie aan de Faculteit Medische Wetenschappen te Groningen te bevorderen.
Prof. dr. Hadders is op 22 juli 2009 op de respectabele leeftijd van 93 jaar overleden.